Spreekwoorden onder de letter H
Op deze pagina worden de 49 spreekwoorden getoond die onder de letter H zijn ondergebracht.
- Vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, zei de dove.
- Eigen haard is goud waard.
- Of je nu rent als een haas of kruipt als een slak, nieuwjaar blijft op 1 januari.
- Zo lopen de hazen.
- Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald.
- Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig.
- Wanneer je enige gereedschap een hamer is, zie je overal spijkers.
- Als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon.
- Een kinderhand is gauw gevuld.
- Je bijt niet in de hand die je voedt.
- Vele handen maken licht werk.
- Die haring braadt niet.
- Hoe hoger het hart, hoe lager de ziel.
- Uit het oog, uit het hart.
- Waar het hart vol van is, stroomt/loopt de mond van over.
- Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.
- Belofte is een hemd der dwazen.
- Een doodshemd heeft geen zakken.
- Het hemd is nader dan de rok.
- Het laatste hemd heeft geen zakken.
- Die het grootste hoofd heeft, moet de grootste hoed hebben.
- Men moet zijn hoed niet afnemen, voor men gegroet wordt.
- Met de hoed in de hand komt men door het ganse land.
- Hoer en tollenaar zijn onze lieve HEER ook dierbaar.
- Hoeren en dieven, met geld zijn zij mijn gelieven.
- 't Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan.
- Als honden konden bidden zou het kluiven regenen.
- Als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien.
- Blaffende honden bijten niet.
- Dode honden bijten niet (al zien ze lelijk).
- Het bekomt hem als de hond de knuppel na het stelen van de worst.
- Komt men over de hond, dan komt men over de staart.
- Men moet geen slapende honden wakker maken.
- Met onwillige honden is het kwaad hazen vangen.
- Veel honden zijn der hazen dood.
- Wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen.
- Wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok.
- Wie met honden omgaat, krijgt vlooien.
- Wie zich voor hond verhuurt, moet de botten kluiven.
- Honger is de beste saus.
- Honger is een scherp zwaard.
- Honger maakt rauwe bonen zoet.
- Voor honing danst de beer.
- Hoogmoed komt vóór de val.
- Alle hout is nog geen timmerhout.
- Van dik hout zaagt men planken.
- Ieder huisje heeft zijn kruisje.
- Wat het huis verliest, brengt het weer terug.
- Wie in een glazen huis woont, moet geen stenen gooien op zijn buurmans dak.