Spreekwoorden onder de letter B
Op deze pagina worden de 53 spreekwoorden getoond die onder de letter B zijn ondergebracht.
- Aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past.
- Wie bang leeft, gaat ook bang dood.
- Baat het niet, het schaadt ook niet.
- De kosten gaan voor de baten.
- Wat baten kaars en bril, als de uil niet zien (en) wil.
- Men moet zijn bed maken zoals men slapen wil.
- Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen.
- Je moet de huid niet verkopen voor de beer geschoten is.
- (Goed) begonnen is half gewonnen.
- Een goed begin is het halve werk.
- Belofte maakt schuld.
- Veel beloven en weinig geven, doet de zotten in vreugde leven.
- Als de berg niet naar Mohammed komt dan moet Mohammed naar de berg komen.
- Wie wat bewaart, die heeft wat.
- Nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten.
- Nieuwe bezems vegen schoon.
- Bezint eer ge begint.
- Bezoek brengt altijd vreugde aan, zo 't niet bij het komen is, dan bij het gaan.
- Bezoek en vis blijven drie dagen fris.
- In het land der blinden is eenoog koning.
- Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
- Beter blo(de) Jan dan do(de) Jan.
- Als de vos de passie preekt, boer pas op je ganzen/kippen.
- Als een boer niet zwemmen kan, ligt het aan het water.
- Boeren en varkens worden knorrend vet.
- Een boer met kiespijn lacht niet.
- Wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen.
- Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet.
- Een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje.
- Aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet.
- Bomen ontmoeten mekaar niet, mensen wel.
- Boompje groot, plantertje dood.
- De appel valt niet ver van de boom.
- Hoge bomen vangen veel wind.
- Waar de boom gevallen is, blijft hij liggen.
- Boontje komt om zijn loontje.
- Van een mooi bord kun je niet eten.
- Boter bij de vis.
- Men kan niet boteren wanneer men wil.
- Vuile boter, vuile vis.
- Wie boter op het hoofd heeft, moet uit de zon blijven.
- Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.
- Wie het breed heeft, laat het breed hangen.
- Zelfs de beste breister laat weleens een steekje vallen.
- Wat baten kaars en bril, als de uil niet zien (en) wil.
- Broodvrienden zijn geen noodvrienden.
- De een zijn dood is een ander zijn brood.
- Een kruimeltje is ook brood.
- Liever brood in de zak, dan een pluim op de hoed.
- Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.
- Je moet geen 'hei' roepen voordat je de brug over bent.
- Bij de buren is het gras altijd groener.
- Een goede buur is beter dan een verre vriend.