Spreekwoorden onder de letter K
Op deze pagina worden de 34 spreekwoorden getoond die onder de letter K zijn ondergebracht.
- Als het kalf verdronken is, dempt men de put.
- Wie het onderste uit de kan wil hebben, krijgt het lid/deksel op zijn neus.
- 't Is gelijk of men van de kat of de kater gebeten wordt.
- Als de kat van huis is, dansen de muizen.
- Als katjes muizen, mauwen ze niet.
- Een kat in het nauw maakt rare sprongen.
- Het eerste gewin is kattengespin.
- Om der wille van de smeer, likt de kat de kandeleer.
- Waar God een kerk bouwt, bouwt de duivel een café.
- Wie plast tegen de kerk, gaat gevaarlijk te werk.
- Kinderen die vragen worden overgeslagen.
- Kinderen en dronkaards spreken de waarheid.
- Maar kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen.
- Een kale kip kan nog leggen.
- Van een kale kip kan je niet plukken.
- Klagers hebben geen nood en pochers hebben geen brood.
- Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.
- De kleren maken de man.
- Een kapotte klok duidt tweemaal daags de juiste tijd aan.
- Hij heeft de klok wel horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt.
- Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.
- Die pleit om een koe, geeft er een toe.
- Er is geen koe zo bont, of er zit wel een vlekje aan.
- Er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden.
- Het zijn niet enkel koks, die lange messen dragen.
- Hij heeft de kok wel horen fluiten, maar weet niet waar de lepel hangt.
- Honger is de beste kok.
- Veel koks bederven de brij.
- De kost gaat de baat vooruit.
- Een vliegende kraai vangt/vindt altijd wat.
- Het leven is net een krentenbol, met af en toe een hard stukje.
- De kruik gaat zo lang te water tot ze barst.
- Kruimeltjes zijn ook brood.
- Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in.