Naar menu
Spreekwoorden.nu
Zoeken
Menu
Home
Alle spreekwoorden
Spreekwoord insturen
Over spreekwoorden
Links
Home
Alle spreekwoorden
Spreekwoord 'Wie wat bewaart, die heeft wat.'
Wat betekent
Wie wat bewaart, die heeft wat.
?
Voor het spreekwoord '
Wie wat bewaart, die heeft wat.
' is de volgende
definitie
beschikbaar.
Het bewaren van zaken kan op lange termijn voordelig blijken te zijn.
Spreekwoorden onder dezelfde letter
Aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past.
Wie bang leeft, gaat ook bang dood.
Baat het niet, het schaadt ook niet.
De kosten gaan voor de baten.
Wat baten kaars en bril, als de uil niet zien (en) wil.
Men moet zijn bed maken zoals men slapen wil.
Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen.
Je moet de huid niet verkopen voor de beer geschoten is.
(Goed) begonnen is half gewonnen.
Een goed begin is het halve werk.
Belofte maakt schuld.
Veel beloven en weinig geven, doet de zotten in vreugde leven.
Als de berg niet naar Mohammed komt dan moet Mohammed naar de berg komen.
Wie wat bewaart, die heeft wat.
Nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten.
Nieuwe bezems vegen schoon.
Bezint eer ge begint.
Bezoek brengt altijd vreugde aan, zo 't niet bij het komen is, dan bij het gaan.
Bezoek en vis blijven drie dagen fris.
In het land der blinden is eenoog koning.
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Beter blo(de) Jan dan do(de) Jan.
Als de vos de passie preekt, boer pas op je ganzen/kippen.
Als een boer niet zwemmen kan, ligt het aan het water.
Boeren en varkens worden knorrend vet.
Een boer met kiespijn lacht niet.
Wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen.
Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet.
Een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje.
Aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet.
Bomen ontmoeten mekaar niet, mensen wel.
Boompje groot, plantertje dood.
De appel valt niet ver van de boom.
Hoge bomen vangen veel wind.
Waar de boom gevallen is, blijft hij liggen.
Boontje komt om zijn loontje.
Van een mooi bord kun je niet eten.
Boter bij de vis.
Men kan niet boteren wanneer men wil.
Vuile boter, vuile vis.
Wie boter op het hoofd heeft, moet uit de zon blijven.
Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten.
Wie het breed heeft, laat het breed hangen.
Zelfs de beste breister laat weleens een steekje vallen.
Wat baten kaars en bril, als de uil niet zien (en) wil.
Broodvrienden zijn geen noodvrienden.
De een zijn dood is een ander zijn brood.
Een kruimeltje is ook brood.
Liever brood in de zak, dan een pluim op de hoed.
Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.
Je moet geen 'hei' roepen voordat je de brug over bent.
Bij de buren is het gras altijd groener.
Een goede buur is beter dan een verre vriend.
Alfabet
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z